Tag: blog

3) Jullie liefde is luxe

Om maar met de deur in huis te vallen. Dit is opnieuw een verhaal over wat er aan mij schort. Of niet. Pak zakdoeken. En chocola. De volgende ronde doe ik meer in de richting van popcorn en een colaatje. Ok?

Ik beschouw mezelf als behoorlijk sociaal. Ik kan een gesprek gaande houden, een beetje small talk voeren, serieuze zaken bespreken, ik draai mijn hand er doorgaans niet voor om. Het kan me ook niet schelen met wie trouwens. Ik ben het soort mens dat in een lege tram zit en de eerste de beste passagier die instapt komt naast me zitten en vertelt me zonder enige twijfel zijn levensverhaal terwijl ik ademloos luister. Ik babbel er zelf dus ook regelmatig op los; met perfect strangers, met de schoonmakers op kantoor, mijn favoriete kapper, mijn collega’s, de fysiotherapeut, hoge heren, sjieke dames, the rich, the famous, en met wellicht mijn favoriete babbel; de vaste verkopers van de daklozenkrant voor de supermarkt. Willem-Alexander staat voor nu nog op mijn wensenlijst.

En dan toch zijn er momenten, en dat zijn er meer dan ik zou willen, dat ik tijdens ogenschijnlijk simpele (of niet trouwens) conversaties verander in een volslagen idioot. Ik weet niet wat ik moet zeggen, er komt geen onderwerp in mijn hoofd dat geschikt lijkt, alles dat ik wilde zeggen ben ik vergeten, ik loop vast.
Alles dat wel uit mijn mond komt, klinkt vreselijk. Letterlijk en figuurlijk trouwens. Mijn stem klinkt namelijk ook anders. Een beetje plat, te hoog en onzeker. Volzinnen veranderen in onsamenhangend reactief gebrabbel en mijn normaal gesproken vrij brede vocabulaire beperkt zich spontaan tot zoiets als ‘ja, nee, zeker, hm, is dat zo?’ Ik word een ander mens.

Ik weet ook niet hoe ik moet zitten of staan. Ik ga met mijn handen friemelen, wiebelen onder de tafel, ongemakkelijk glimlachen en ik kan mensen niet meer in de ogen aan te kijken dus ik staar een beetje langs ze heen. Daar komt bij dat ik een droge mond krijg, rood word, mijn hartslag gaat omhoog, mijn bloeddruk stijgt en daarmee ook mijn lichaamstemperatuur.
Besef dat mijn gebruikelijke temperatuur beneden gemiddeld ligt. Ik heb het altijd koud maar, dan sta ik ineens met zweetdruppels op mijn neus. Awkward.

Onopvallend lijkt mijn neurose dus niet, althans, daar ga ik voor het gemak maar even vanuit. Ik zou het zien (hoop ik…).

Als je me een beetje kent dan wéét je dat ik mensen vaak juist extreem ignorant vind en ik me daarover eindeloos kan opwinden. Waarom weet ik nu dan vrij zeker dat alle mensen het zien? Mij zien? Waarom voel ik me een soort naakte reus met een brass band op de achtergrond en een spotlight boven mijn hoofd?

Nou komt ‘ie, hoor. Ik loog een beetje toen ik zei dat het me niet kan schelen met wie ik praat. Het heeft even geduurd voordat ik het wist, en met ‘even’ bedoel ik jaren.
Ik sla volledig dicht of op tilt als ik praat met twee soort mensen in het bijzonder.
1) de mensen waar ik tegenop kijk of die ik stiekem bewonder, gewoon om wie ze zijn. Dat kan dan weer iedereen zijn en tig redenen hebben. Dan voel ik me zo intens zichtbaar dat het eng is.
2) de mensen, bij hen sta ik doodsangsten uit, waarvan ik voel en weet dat zij een (negatief) oordeel over me hebben, iets van me vinden en dat niet uitspreken. Ze doen alsof. Als iemand niet authentiek is word ik direct nerveus en achterdochtig.

Die laatste soort, ondanks mijn identieke fysieke reactie als bij de eerste soort, is het ergste. Zij zijn zich vaak niet bewust van het feit dat de ander, ik in dit geval, feilloos aanvoelt dat ze iets van me vinden maar het niet zeggen en dat dát hetgeen is dat me nerveus maakt. Ze zijn niet écht maar blijven ondertussen easy breezy in je gezicht en je kan ze op onuitgesproken gedachtes of kritieken niet aanspreken. Ze zien je met jezelf vechten en ze kijken, een soort van tevreden, toe.
Wát een nachtmerrie.

In beide varianten word ik dus hyper bewust van mezelf, en vanaf dat moment gaat alles van kwaad tot erger.

De mensen die ik bewonder of waar ik tegenop kijk zijn niet ignorant, integendeel; die zijn vaak heel geïnteresseerd, fatsoenlijk, beleefd en oplettend genoeg om te zien dat ik ongemakkelijk ben, alleen daarom al ben ik onder de indruk. Ze doen vaak hun best om het te negeren en om mij op m’n gemak te stellen. Ik weet dus dat ze me zien. Nu ben ik niet alleen nerveus, nu voel ik me, vooral bij bekenden ook een teleurstelling en enorm in de spotlight. Bij mensen die mij niet kennen, maar die ik bewonder voel ik me gewoon een loser. Dahaag eerste goede indruk, dahaag kans op een normaal gesprek, dahaag kans, dahaag.

De mensen die stilzwijgend een oordeel hebben zijn niet aanspreekbaar maar genieten regelmatig stiekem van mijn ongemak, ze zijn er ook een beetje op uit, daarom weet ik dat ze me zien. Het bewijst voor hen iets dat ze toch al dachten maar niet uitspraken.
Als er al een beetje ruimte is om ze daar op te wijzen en ik waag de gok omdat ik altijd hoop op dat je dan misschien dichter bij elkaar komt, eindigt dat steevast in; ‘dit zijn jouw gedachtes en dat zegt dan meer over jou dan over mij’.
Doodlopend eind dus.

Je kan je afvragen waarom ik dit oordeel heb over mensen terwijl ik zo tegen oordelen ben. Sommige dingen weet je gewoon. Voel je. Je kan het bijna aanraken. Wat ik niet (kan) weten is de onderliggende reden. Voelen ze zich geïntimideerd? Zijn ze jaloers? Zijn ze zelf onzeker? Vinden ze me gewoon stom? Hebben ze iets totaal anders aan hun hoofd en heeft het toch niks met mij te maken? Het kan vanalles zijn. Ik veroordeel dus niet, maar mijn oordeel blijft wel; het is ruk. Voor mij.

De gemene deler in alle varianten is er maar één en dat ben ik. Inmiddels weet ik, door schade en schande, dat ik aan de tegenpartij weinig kan veranderen. Ja, je kan natúúrlijk kleine dingen positief beïnvloeden maar mijn directe invloed beperkt zich voornamelijk tot mijzelf. En ook hier lijkt de kern te zijn; onzekerheid voortkomend uit perfectionisme. Weet ik wel genoeg over het gespreksonderwerp? (Als ik dat 100% zeker weet is het probleem er niet) Ben ik wel de állerbeste versie van mijzelf op dit moment?! Wat vinden ‘zij’? Daaronder zit opnieuw: faalangst, schaamte en angst om me kwetsbaar op te stellen. Dat laatste is voornamelijk omdat ik bang ben dat het tegen me gebruikt wordt. Ik gooi mezelf open en straks slaat iemand me met mijn eigen woorden in m’n gezicht. Eindstand; ik verlies mezelf volledig, sla dicht en ik word een hele angstige, licht-neurotische idioot. Of, zo voel ik me in ieder geval.

Vandaag hoorde ik een tweetal wijze lessen, niet geheel toevallig kwamen die uit de mond van iemand bij wie ik mezelf meerdere malen de grootste idioot van de wereld heb gevoeld, omdat ik niet perfect genoeg was in de omgeving van diegene wiens ‘zijn’ ik bewonder en waar ik héél graag, véél te graag, de aller aller aller aller beste indruk van mezelf wilde geven, en nog een beetje meer. Fat. Chance.

Ik zal deze lessen waarschijnlijk niet snel vergeten maar nog wel duizenden keren tegen mezelf moeten herhalen. Net zo lang tot ik ‘vrij’ ben en me vooral ‘vrij’ voel.

1) ‘De liefde van anderen is een luxe, de liefde voor jezelf is noodzaak’. ‘Hoe meer liefde je jezelf geeft, hoe meer je anderen te bieden hebt. Hoe afhankelijker je bent van anderen (en wat zij vinden) hoe minder je hen te bieden hebt’.

Tijd om mezelf die liefde te geven -eindelijk- en de mening van anderen lekker bij hen te laten.

2) Ambitie is goed, perfectie; mwah.

Ik weet wat ik kan, ik weet wie ik ben, en elke nieuwe dag ben ik steeds een beetje dichter bij het volledige vetrouwen daarin, zonder de goedkeuring van een ander nodig te hebben (en dus most likely te ‘falen’).

Dit hele verhaal had ik kunnen samenvatten in; geloof in jezelf en hou vol. Maar hey, ik ben dus niet perfect, onwaarschijnlijk lang van stof en ik ben nu even bezig met de zweetdruppels van mijn neus vegen en een muur om mezelf heen bouwen, voor ik op ‘publiceren’ druk.

1) Significant blogs

Blog één, here we go

Uit het niets vroeg een vriendin onlangs: ‘Heb jij weleens nagedacht over bloggen’? Nou, laat ik eerlijk zijn, ja, maar ik moet altijd een beetje spugen van het woord ‘bloggen’, het is het minst elegante woord dat ik ken.

En laat ik dan maar meteen helemaal eerlijk zijn, ik moet snel van iets spugen, weliswaar zonder enige vorm van oordeel, dus wees niet beledigd, ‘blog’, het ligt niet aan jou, je kan er niks aan doen. Het woord ‘blog’ is ontstaan nadat een groep mensen een online dagboek ging bijhouden.

De grondlegger van het woord dat uiteindelijk ‘blog’ is geworden, is Jorn Barger. Jorn heeft in 1994 het woord weblog verzonnen. Weblog werd al heel snel afgekort tot ‘blog’ en nu weten we niet meer beter. Iedereen ‘blogt’, ‘vlogt’ of ‘plogt’.

Thanks Jorn! Je hebt ons een toekomst gegeven. Ik zeg ons, want mijn toekomst begint hier.

Meer dan eens heb ik overwogen om een boek te schrijven maar ik ben bang dat ik het geduld niet heb, nog niet althans. Daar komt bij dat ik na tien pagina’s niet meer weet in welke vorm ik ook alweer aan het schrijven was en wat de naam is die ik de hoofdpersoon heb gegeven. Al met al, misschien als ik later groot ben en iets meer geduld heb ontwikkeld, dat ik nog een poging waag. Voor nu hou ik het bij een blog. Iets dat ik zelf dan maar elegant moet maken.

Mijn manco is dat ik bij ‘een blog’, los van dat het toch echt een beetje viezig klinkt en ik dat vermoedelijk nog heel vaak ga herhalen, niet de associatie heb van een ‘lief dagboek’ maar van ‘Margriet-lezeressen’, ‘tuinieren’, ‘kinderen opvoeden’. ‘een traumatische ervaring’ of een ‘ernstige ziekte’. Nou heb ik met plezier de nodige Margrieten in de wachtkamer van de huisarts doorgebladerd, kan ik best een plantje verpotten, wil ik in de toekomst misschien wel kinderen opvoeden, heb ik de nodige traumatische ervaringen en ben ik in aanraking geweest met ernstige ziektes, maar dat is niet waar ik het over wil hebben. Niet perse in elk geval.

Ik weet ook helemaal niet of ik het maar over eén ding wil hebben. Mijn leven is een aaneenschakeling van variaties. Verschillende mensen, verschillende opleidingen, verschillende banen, verschillende hobby’s, verschillende dagelijkse bezigheden, verschillende stijlen. Ik hou niet van elke dag hetzelfde. Ik hou niet van routines, en het treurige daaraan voor mij is; dat is ook een routine, en ik hou me er aan. Ook in mijn blog wil ik me aan die routine houden, het is tenslotte mijn blog en daar mag ik tot in het einde ter tijden in janken om het feit dat ik de wereld te geroutineerd vind terwijl ik dat zelf dus ook ben.

Nu ik mij, een stuk of vijf alinea’s, tamelijk negatief heb uitgelaten over een woord en routines, wil ik toch nog even positief afsluiten én mezelf even voorstellen. Wel zo netjes, dan weet je wie je uit moet kafferen als het je niet bevalt wat ik schrijf.

Ik ben Rose, geboren in 1983, heel positief ingesteld (al zou je dat nu misschien niet denken, bear with me, ik beloof het), mega idealistisch, altijd verwonderd over de mensheid, super flexibel, veel te snel verveeld, toch heel ambitieus, ongeduldig, witty en hoog sensitief (ha! Dié woorden horen dus echt in een blog thuis..). Verder werk ik in loondienst bij een prachtige, maatschappelijk betrokken organisatie en heb daarnaast een eigen bedrijf, ‘Significant’; coaching, mentoring en begeleiding voor iedereen die door zijn/ haar vak of ‘bestaan’ in de schijnwerpers van de publieke opinie staat.

Significant is een uitdaging maar al zeg ik het zelf, wel een pareltje, de kers op mijn taart, mijn liefde, mijn lust en mijn leven. Onze relatie is nog pril en we’re taking it slow. We overhaasten niks en bouwen gestaag aan ons gezamenlijk bestaan. Mensen helpen, linksom of rechtsom, is wat ik het liefste doe, mensen veroordelen of een stempel geven terwijl je ze nauwelijks kent (onrecht), is waar ik het slechtst tegen kan, die combinatie is het fundament waaruit ‘Significant’ is ontstaan. Mega trots op deze creatie. Ik kan dan ook niet uitsluiten dat ik jullie af en toe via mijn blogs (vies!) mee zal nemen op dit Significant avontuur.

© 2020 Significant

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑